Beschrijving:
De spectaculaire blauw-paarse en geurende bloei in de lente, de grote bladeren (20-30 cm) en snelle groei maken van deze boom een zeer interessante aanwinst voor uw tuin.
Zeer geschikt voor de stad, weerstaat heel goed aan vervuiling, droogte, een compacte en slecht gedraineerde bodem.
De naam werd gegeven ter ere van Anna Pavlowna, Nederlandse princes en dochter van tsaar Paul I van Rusland
Verdraagt heel goed een sterke snoei en zal dan grotere bladeren maar minder rijkelijke bloeien. [Verder lezen →]
Beschrijving:
Deze wilde banaan is de bron van cultivars voor de plantain bananen, dit zijn bananen die als groente worden geconsummeerd en die gekookt of gefrituurt worden. De zoete banaan die als fruit wordt genuttigd stamt af van Musa acuminata.
Hij produceert klein blauwgrijs fruit dat niet eetbaar is vanwege de vele harde zaden.
In zijn habitat groeit hij op 1.100 m hoogte en daarom verdraagt hij kortstondige en zeer lichte vorst maar hij wordt in België en Nederland beter als potplant gekweekt en op een vorstvrije plaats overwinterd. [Verder lezen →]
Beschrijving:
Kleine decoratieve banaan met een prachtige bloeiwijze, meestal roze maar met varianten van wit tot dieprood. De bloei duurt het hele seizoen, verscheidene maanden lang.
De pseudostam wordt zelden hoger dan 2 m. Groei is vrij snel.
Produceert kleine roze of purperen eetbare bananen maar ze zijn vol zaden en dus niet geschikt voor consumptie.
De vorstbestendigheid is nog niet echt goed bepaald: sommigen geven 0°C en anderen -10°C. Het lijkt daarom beter om hem als oranjerieplant te kweken in pot en hem ’s winters binnen en vorstvrij te houden. [Verder lezen →]
Beschrijving:
Deze banaan is afkomstig uit Azië waar hij nog in het wild groeit. Hij is de bron voor cultivars voor de dessert of zoete bananen terwijl Musa balbisiana de bron is van cultivars voor plantain bananen.
Het fruit is eetbaar doch gevuld met zaden en daardoor niet echt voor consumptie geschikt. Bij de cultivars van eetbare banan zie je nog de zwarte stipjes die overblijfselen van onrijp zaad zijn.
De pseudostem is groen met bruine vlekken. De bladeren zijn groen of groen met bruine vlekken of groen bovenaan en purper onderaan. Zij kunnen meer dan 2,5 m lang zijn.
Verdraagt geen vorst maar het is een dankbare plant die héél snel groeit, ook als potplant die je in de zomer kan buiten zetten. [Verder lezen →]
Beschrijving:
Opvallende struik met grote 5 à 10 lobbige bladeren, groen of purper, en een knalrode bloeiwijze.
Lijkt nogal op Fatisa japonica.
Groeit heel snel, kan worden gebruikt in borders of als solitair.
Oorspronkelijk uit tropisch Afrika maar is nu over heel de wereld verspreid.
Wordt in gematigd klimaat als éénjarige gekweekt.
Is heel makkelijk te zaaien en te kweken maar pas op: alle delen van de plant, en dus ook de zaden, zijn héél giftig! 3 à 4 zaden zijn een dodelijke dosis voor kinderen en kleine tot middelgrote dieren als honden en katten. [Verder lezen →]
Beschrijving:
Boom uit centraal Amerika maar die nu overal ter wereld in de tropen wordt gekweekt voor zijn fruit, de papaya.
Hij produceert een rechte onvertakte stam die slechts vertakt wanneer de stam gekwetst wordt. De bladeren groeien in een kroon bovenaan de stam.
Deze plant is héél eenvoudig te zaaien: je haalt de zaden gewoon uit een papaya die je in de supermarkt of winkel koopt.
Is niet vorstbestendig, moet binnen overwinteren.
Maar het is een leuke plant die vrij snel groeit, heel leuk om mee te experimenteren dus. [Verder lezen →]
Het zaaien van hier onbekende planten is leuk. Het probleem is dat je op het internet niets vindt over hoe het allemaal in zijn werk gaat. Ik vond niets over het zaaien van Jackfruit of ook wel Nangka genoemd (Artocarpus heterophyllus) en heb het uitgetest. Hoe ik het allemaal gedaan heb kan je hier vinden.
[Verder lezen →]
Beschrijving:
Struik met grote, glanzende en niet-afvallende bladeren die 3 tot 4 m hoog kan worden.
De bladeren zijn diep gelobd (7 of 9 lobben) en meten 20 à 50 cm.
Doet het goed in schaduw en half-schaduw en verdraagt een grote diversiteit aan bodems alsook kustklimaat.
De bloeiwijze is een witte umbella die heel erg op die van de klimop lijkt (Hedera helix). Fatsia japonica is trouwens gekruist met Hedera helix tot Fatshedera: een struik die de kenmerken van beide planten combineert, waaronder de winterhardheid van klimop.
Kortom, deze plant kan niet mislukken en oogt heel mooi in een tropische tuin dankzij zijn grote glanzende bladeren. [Verder lezen →]
Beschrijving:
Prachtige palm met diamantvormige bladeren die geplooid zijn over heel de lengte. De bladeren kunnen tot 6 m lang worden, zijn onverdeeld en redelijk taai.
Deze palm heeft geen stam. De bloeiwijze is onbeduidend.
Oorspronkelijk uit Azië waar hij als onderbegroeiing in de tropische regenwouden voorkomt.
Deze soort is met uitsterven bedreigd door ontbossing en overmatig oogsten van de bladeren en zaden.
Weerstaat tot 0°C, wat enigszins verbazend is voor een palm uit het tropisch regenwoud.
De naam is gegeven ter ere van een hollandse botanist, Johannes Elias Teysmann, die begin 19de eeuw in Indonesië werkzaam was. [Verder lezen →]
Beschrijving:
Oorspronkelijk uit Uruguay en Argentina, waar deze palm in savannes en in de bergen groeit. Heel bestendig tegen koude, zomerhitte, langdurige overstromingen evenals droogte.
Zijn bladeren zijn zeker één van de taaiste van alle palmbomen en zij blijven na uitdroging aan de plant hangen. Hierdoor bedekken zij de stam, wat dit een heel herkenbare soort maakt.
Weinig gecultiveerd wegens zijn trage groei. En toch is dit een zeer interessante soort door zijn uitzonderlijke resistentie. [Verder lezen →]