.
.
.
.
Heliconia is het enige geslacht in de familie van de Heliconiaceae en telt 100-200 soorten. Vroeger werd het geslacht geclassificeerd bij de familie van de Musaceae. Het is afkomstig uit Zuid-Amerika en de eilanden van de Stille Oceaan ten westen van Indonesië.
De bladeren zijn 15 cm tot 3 m lang, langwerpig, hebben vrij lange bladstelen, meestal langer dan het blad zelf.
De bloeiwijze groeit bovenaan een bloemsteel en is rechtopstaand of afhangend, naargelang de soort. De schutbladeren zijn meestal prachtig gekleurd, de bloemen zijn klein en onbeduidend en verschijnen tussen de schutbladeren. De bloemen trekken vogels aan die zich voeden met hun nectar.
De plant lijkt veel op de verwante families zoals Canna, banaan en Strelitzia. De bloeiwijze lijkt op die Strelitzia of paradijsvogelbloem en wordt wel eens valse paradijsvogelbloem genoemd in het Engels.
Vorstgevoeligheid:
USDA Zone 11, 15 °C
Hoogte:
3-5 m, zelfs in bak
Standplaats:
Zon, licht
Verdraagt volle zon indien hij voldoende water heeft, in de schaduw zal hij minder bloemen produceren.
Water:
Heliconia heeft vrij veel water nodig, laat het substraat nooit uitdrogen. Hij verkiest kalkvrij en lauw water. In de winter, wanneer de plant in vegetatieve rust komt, mogen de gietbeurten verminderen.
Mest:
Geeft tijdens de groeiperiode tweemaandelijks ordinaire vloeibare mest.
Verzorging:
Het zijn meerjarige overblijvende planten met een dikke wortelstok die niet rustiek zijn en het goed doen in een verwarmde kas met een temperatuur van ongeveer 24 °C en liefst niet onder de 15 °C, alsook een vrij hoge luchtvochtigheid.
Zij groeien heel sterk het eerste jaar en produceren veel uitlopers wat vrij snel een dikke pol planten geeft. De bodem moet dus zeer voedzaam en goed gedraineerd zijn.
Het kan moeilijk zijn om hem binnenshuis te laten overwinteren wanneer de luchtvochtigheid door de verwarming te laag is, zelfs indien je hem boven een schotel met water plaatst.
Vermeerdering:
.
.
.