De Aloë vera is een populaire ‘wonderplant’ die al sinds de oudheid gebruikt wordt als medicijn. De naam ‘aloè’ komt uit het Grieks en betekent ‘bitter’. Hiermee verwijst men naar het sap van de bladeren dat tegenwoordig in vele cosmetica producten zit verwerkt. In dit artikel lees je niet enkel de achtergrond maar ook hoe je deze plant zelf kunt vermeerderen!
Herkomst
Aloë’s komen vooral uit Zuid-Afrika, waar de grotere soorten vaak het landschap domineren. Een aantal soorten wordt echter ook in andere delen van Afrika en Zuidwest-Azië aangetroffen. De Aloë vera komt ook algemeen voor in Amerika, maar is daar waarschijnlijk geïmporteerd en verwilderd.
Gebruik
Aloë’s worden voor de meest uitéénlopende doeleinden gebruikt en worden daarom ook wel eens omschreven als “wonderplant”. Zo gebruikt men deze plant o.a. als pijnstiller, laxeermiddel, anti malaria, huidverzorging, balsem, tegen kleine brandwonden, puistjes, gekloofde schrale huid, eczeem… De mogelijkheden lijken oneindig. Wanneer je de bladeren aan de basis afsnijdt, krijg je sap. Dat kan je als licht laxerend middel gebruiken (in kleine hoeveelheden). Als je blad afbreekt en opensnijdt, komt er een gel vrij die je uitwendig kan gebruiken.
Verzorging
Aloë’s groeien het best in een korrelige goed gedraineerde aarde. Het spreekt voor zich dat Aloë’s niet veel water nodig hebben. De grotere soorten vragen brede potten om het zware wortelstelsel ruimte te geven. Een succulent vormt immers geen diepgaand- maar een breed oppervlakkig wortelstelsel. In de warme zomermaanden kan de Aloë zeker naar buiten. De bladeren zullen hierdoor groenrood verkleuren.
Vermeerdering
Aloë’s kunnen gezaaid worden, maar het is veel eenvoudiger om Aloë’s te vermeerderen door een uitloper (gevormd aan de basis van de moederplant) af te snijden.
Deze uiloper laat je vervolgens enkele dagen drogen.
Hierna geef je de uitloper een nieuwe plaats in een goed gedraineerde grond. Laat deze potgrond niet uitdrogen. Na enige tijd zal de jonge stek weer opnieuw groeien.
© La Palmeraie











Reactie door van de velde — 23 december 2009 12:27 @ 12:27
ik heb een aloe vera, deze had een scheut of 8 kleine en redelijke grote, ik heb deze afgesneden en enkele dagen laten drogen zoals voorgesteld. daarna heb ik ze verplant in speciale grond voor aloe vera en cactussen.
maar allen zijn ze beginnen rotten in de grond, de stekken zijn op een diepte van +/- 1 à 1,5 cm gepot,
de grond is niet echt vochtig gehouden.
wat is of kan hier de reden van zijn.
het is van een aloe vera die van tenerife is meegebracht.
en die daar overleeft zonder problemen en toch regelmatig in vochtige bodem staat.
als ik bij de moederplant de bodem niet goed droog houd geeft deze ook tekenen van rotting dit verbeterd na uitdroging v/d bodem wij geven 1 keer per maand water in beperkte mate
Reactie door lapalmeraie — 23 december 2009 20:39 @ 20:39
Beste
Aangezien de jonge stek nog helemaal geen wortels heeft is het geven van water niet nodig.
Vetplanten zijn inderdaad gevoelig aan rotting bij een te vochtige bodem. De potgrond droog houden is dus de boodschap. Het duurt wel even voordat de stekjes ook effectief beginnen te groeien wanneer ze zijn aangeslagen. Dan mag u ook weer water geven. Voor nu, de stekjes die niet volledig gerot zijn kunt u proberen te redden door de rotte delen te verwijderen.
Vriendelijke groeten
La Palmeraie