Pairi Daiza: ontdek de 5 lievelingsplekjes van de botanisch directeur!

juni 29th, 2016 · 2 Comments

Werken in China, Indonesië, Australië en Afrika en dat allemaal in één dag?
Ja dat kan!

Dit voorrecht is weggelegd voor Guy Vandersande, botanisch directeur van het park Pairi Daiza! Wij kregen de kans om zijn 5 lievelingsplekjes in het park samen met hem te ontdekken.

Na een eerste aangenaam telefonisch contact, zaten we daar ‘s ochtends vroeg bij de opening van het park in de wachtzaal. We hebben een afspraak met Guy Vandersande. Franstalige liefhebbers kennen hebben ongetwijfeld als co-presentator van het tuinprogramma “Jardins & Loisirs” op de RTBF en van zijn laatste boek “Guide de la couleur au jardin“. We gaan samen met deze referentie in de wereld van botanisten het park bezoeken. Het leek wel of we zaten te wachten voor een sollicitatiegesprek maar zodra we de hand hadden geschud waren we helemaal ondergedompeld in wat een passievolle ochtend beloofde te worden.

Een uniek park

In het voorafgaand telefoongesprek vroegen we dhr Vandersande zijn 5 lievelingsplekjes te kiezen. Dit bleek vrijwel mission impossible. Zonder te overdrijven, telt het park vele fantastische plekjes, de ene nog mooier dan de ander. De vraagstelling zou beter zijn welke plekjes nog voor verbetering vatbaar zijn. Pairi Daiza is dan ook een uniek park; noch dierentuin noch botanische tuin maar een mix van beide werelden in constante ontwikkeling. Het lijkt in de verste verte niet meer op het oude Paradisio van weleer. Mede om die reden veranderde het park ook van naam. Pairi Daiza, oud Perzisch voor ‘gesloten tuin’, dekt de lading beter. Een dierentuin met zoveel aandacht voor het botanische aspect is eerder zeldzaam. Bovendien beleeft heel de familie hierdoor een geweldige dag, voor elk wat wils!

Geëvolueerde aanpak

Terwijl we rond de vijver en langs het aquarium wandelen, vertelt dhr Vandersande dat niet enkel de naam is gewijzigd sinds ons laatste bezoek (De grootste Indonesische tuin van Europa: hét geheim van Paradisio!” dd 2010 n.v.d.r.). Ze gebruiken nu eigenlijk enkel nog maar planten die in volle grond kunnen overwinteren. We herinneren ons inderdaad nog hoe vroeger een belangrijk deel van de planten werd uitgegraven voor een overwintering in de serre “Oasis“. Deze nieuwe aanpak beperkt de plantkeuze misschien wel wat maar ze lijden nu veel minder verliezen en de planten passen zich veel beter aan met een betere groei tot gevolg. Hij vertelt ons dat ze bij voorkeur jonge planten gebruiken omdat deze zich sneller aanpassen. We stoppen voor een Cycas revoluta bij de ingang van de Chinese tuin “la cité des immortels“. Ook deze, wordt net als de vele andere gevoeliger planten, in volle grond beschermd tijdens de winter. Eerlijk gezegd kunnen wij ons volledig vinden in deze nieuwe aanpak. Ook wij beschermen meer en meer ter plaatse en halen steeds minder planten naar binnen in de winter.

De plantkeuze

Nu we steeds dieper de Chinese tuin binnendringen, vertelt dhr Vandersande dat hij ontzettend veel inspiratie voor de plantkeuze haalt uit al zijn botanische reizen. Hij neemt geregeld deel aan georganiseerde tuinreizen en Engeland en Japan worden vrijwel jaarlijks bezocht. Zijn passie voor planten vertaalt zich in een onmeetbare kennis en ervaring. Wist u dat hij zelf instaat voor de plantkeuze van het hele park? Er geldt daarbij maar één regel en dat is het nabootsen van de juiste sfeer. De planten hoeven niet noodzakelijk afkomstig te zijn uit die streek. Qua winterhardheid is dat immers lang niet altijd haalbaar. Daarbij is er de praktisch kant: de planten moeten niet alleen bestand zijn tegen de vele bezoekers maar ook tegen de loslopende dieren! Sommige daarvan, zoals de ganzen en pauwen kunnen behoorlijk huishouden in de beplanting zo vertelt hij. In de dierenhokken zijn er nog wat bijkomende vereisten. Zo mag de plant niet giftig zijn natuurlijk en mag de beplanting ook geen ontsnappingsgevaar creëren. Ook mogen de planten niet te kwetsbaar zijn om er mooi uit te blijven zien. Het onderhoud mag ook niet te veeleisend zijn aangezien het park maar liefst 54 hectare groot is binnen de omheining, 12 hectare er rond en dit alles wordt onderhouden door slechts 12 tuinmannen! Wat een prestatie!

De lievelingsplekken

Chinese tuin – Lievelingsplek 1

We wandelen verder via kleine slingerweggetjes en komen aan op de eerste lievelingsplek. Een beetje verrast door de gekozen plek, aan de voet van een grote boom met bovenin een boomhut en relatief afgelegen, vragen we wat deze plek zo speciaal maakt. Het is de rust die heerst op deze plek aldus dhr Vandersande. Inderdaad, wanneer je even stopt op deze plaats voel je de “zen” over je heenkomen. Net iets verder van de grotere bezienswaardigheden zou je er haast voorbij lopen. De gevarieerde beplanting langs de witte muur, de bamboehagen en de kleine Japanse Esdoorns in twee kleuren onderstrepen het karakter van deze plek.


foto rechts: Japanse esdoorn (Acer palmatum)

Foto links: Phyllostachys vivax ‘Aureocaulis’

Nieuw-Zeelandse tuin – Lievelingsplek 2

Boomvaren: Dicksonia antarctica

We volgen het pad en komen langs een enorme Chinese tempel. Kitsch is hij zeker maar wat is deze indrukwekkend! Ook al is dit de meest bezochte dierentuin van het land, op geen enkel moment heb je de indruk dat het druk is. Misschien komt dat doordat er niet echt een vaste route gevolgd kan worden. Het park bestaat uit vele kleine slingerweggetjes die vanuit elke richting weer nieuwe facetten van het park laten zien. Na diverse jaren, worden we elk bezoek nog op verschillende plaatsen verrast. Elk pad is de moeite waard. We wandelen voorbij de panda’s die inmiddels uitgegroeid zijn tot de iconen van het park, en gaan de Nieuw-Zeelandse tuin binnen. Dit gedeelte is veelbesproken geweest op de exotenfora. Niemand geloofde dat dit een succes ging worden. Al die boomvarens in de volle zon? En wat met de overwintering? Sommigen spraken zelfs van “koude rillingen over de rug” omdat hiervoor een beschermde plantensoort was weggehaald uit de natuur. Dhr Vandersande legt uit dat deze boomvarens inderdaad een beschermde soort zijn in Nieuw-Zeeland en dus inderdaad niet geëxporteerd mogen worden. Deze stonden echter op een plaats waar een weg aangelegd moest worden en zouden allen vernietigd worden! Het park heeft dus een poging gewaagd om deze allemaal te redden en met succes! Het natuurlijk habitat wordt uitstekend nagebootst. Ons bezoek viel nog wat vroeg in het jaar, maar we zagen toch al de nieuwe bladeren klaarzitten voor het komende seizoen. Bedenk u even dat elke (!) boomvaren in de winter een eigen beschermingshoes en warmtekabel krijgt en dat ze ook stuk voor stuk vochtig gehouden worden. Een titanenwerk!

Foto midden: Chamaerops humilis

Gleditsia aurea

Indonesische tuin (1) – Lievelingsplek 3

We verlaten de Nieuw-Zeelandse tuin en wandelen door het Afrikaanse gedeelte “la terre des origines“. Dhr Vandersande vertelt dat het Aziatische gedeelte relatief makkelijk te beplanten is in vergelijking met dit stuk. Niet alleen is het zwarte continent minder rijk aan plantensoorten, de meeste zijn totaal niet winterhard. Hij opteerde dus vooral voor planten met een wat agressievere uitstraling. Er zijn ook nog plannen voor enkele Albizia julibrissin ‘Summer Chocolate’ maar wij stelden voor om de variëteit ‘Evi’s Pride’ in de plaats te gebruiken. Deze heeft dezelfde kleur blad maar is beter bestand tegen onze winters. Na een passage langs de neushoorns en olifanten waar de geplante bomen voor prachtige kleurschakeringen zorgen, komen we aan, bovenin de Indonesische tuin “Le royaume de Ganesha“. Het is geen verrassing dat deze plaats in de top 5 is beland. Je waant je werkelijk in het buitenland. De Tetrapanaxen langs het pas, de echte (!) rijstvelden en de bananenplanten maken het helemaal af. Dhr Vandersande legt ons uit hoe ze in Zuid-Frankrijk een sterkere rijstsoort hebben gevonden, beter geschikt voor ons klimaat. Elk voorjaar worden de rijstplantjes uitgeplant en wanneer ze groot genoeg en voldoende geworteld zijn wordt het waterniveau verhoogd tot aan de rand. Wij denken dat, wanneer de jonge Tetrapanaxen wat groter zijn, dit pad helemaal adembenemend zal zijn, wanneer je onder het typische blad kunt doorwandelen.

Foto midden: Tetrapanax papyrifer ‘Steroidal Giant’ & Musa basjoo

Indonesische tuin (2) – Lievelingsplek 4

Tetrapanax papyrifer ‘Steroidal Giant’ & Chamaerops humilis

Niet veel verder komen we al op de volgende plek. Met de Indonesische tempel schuin achter ons, palmen en Tetrapanax langs het pad en daarachter de typische hutjes. Het lijkt wel of je op vakantie bent. Het is fijn om te zien hoe de Chamaerops humilis de gesneuvelde Jubaea’s hebben vervangen die aanvankelijk langs dit pas stonden aangeplant. Over enkele jaren, wanneer de palmen wat voller in blad staan, dan zou je haast niet meer geloven dat je nog gewoon in België bent.

Foto rechts: Trachycarpus fortunei

Brahea armata

Allium giganteum

Impressionistentuin – Lievelingsplek 5

We laten de Indonesische tuin achter ons en volgen het pad richting “la terre du froid“. Deze plaats is nog volop in aanleg maar is toch al interessant met een imposant restaurant “Izba” en een hangar met watervliegtuig en typische terreinwagens. Uiteraard zal ook dit gedeelte nog de nodige botanische uitdaging bezorgen aangezien de Mongoolse steppen nu niet bepaald bekend staan om hun biodiversiteit. De ochtend is al bijna voorbij wanneer we richting de zo kenmerkende toren wandelen. Dit herkenningspunt was de toren van de oude Abdij van Cambron. Aan de voet van deze toren ligt de laatste lievelingsplek, de impressionistentuin. Je zou er haast voorbij wandelen! Dhr Vandersande vertelt ons hoe de schilderijen van Monet en Van Gogh de basis vormden voor deze tuin. We herkennen inderdaad de kleuren en zelfs sommige planten. Zo zien we de typische cipressen die Van Gogh ook schilderde. De reuze fotolijsten zijn een ludieke knipoog naar de schilderkunst. Aan deze tuin ging heel veel studiewerk vooraf maar het resultaat mag er zijn. Bovendien ben je er meestal alleen dus kun je optimaal genieten van dit botanisch kunstwerk.

Foto midden: ‘Lilium Lollypop’
Foto rechts: Podophyllum versipelle ‘Spotty Dotty’

Foto midden: Sambucus nigra

Phoenix canariensis

Op onze weg richting de uitgang komen we nog langs een enorme Phoenix canariensis die in 2010 nog maar net was aangeplant. Die houdt het uitstekend vol zo te zien. Bij het laatste bloemenperk raapt dhr Vandersande vlug een uitgerukt plantje van het voetpad. Dat is zeker weten het werk van een pauw besluit hij!

We bedanken Dhr Eric Domb, eigenaar van het park voor de kans en dhr. Guy Vandersande voor de fijne uitwisseling.

Praktische info:

Het park ligt in het zuiden van België tussen Bergen en Aat

Parc Pairi Daiza: https://www.pairidaiza.eu/nl
Domaine de Cambron
B-7940 Brugelette (België)

© La Palmeraie

2 reacties »

  • Reactie door Filip — 23 mei 2018 05:09 @ 05:09

    Dag Palmeraie, heel mooi geschreven artikel, in de tekst wordt er verwezen naar verschillende plantensoorten en het geheel wordt aangevuld met diverse foto’ s, het zou nog interessanter worden als er bij de foto’s zou staan welke planten uit de tekst er afgebeeld worden.
    Pairs Daize is ongetwijfeld dé inspiratiebron voor elke tuinliefhebber. Bedankt voor alle wetenswaardigheden !


  • Reactie door lapalmeraie — 23 mei 2018 09:25 @ 09:25

    Beste Filip

    De afbeelding geven vooral een globale sfeer weer maar waar mogelijk heb ik bij deze toch enkele namen vermeld.
    Bedankt voor de tip.

    Vriendelijke groeten
    La Palmeraie


Berichten RSS voor reacties op dit bericht. TrackBack URL

Geef een reactie